Oplossingsstrategie
Normaal begin je een zoektocht naar informatie omdat je met een vraag zit waarop je niet zo meteen een antwoord hebt. Indien je efficiŽnt een degelijk en betrouwbaar antwoord wil vinden, ga je best systematisch te werk. Je gebruikt dan een bepaalde oplossingsstrategie, een zogenaamde "heuristiek". Wat hieronder volgt is een voorstel voor een eenvoudige strategie die werkt. Een goede, uitgebreide handleiding vind je op de (Nederlandstalige) TILT-site die je via een tutorial wegwijs maakt in de wereld van Information Literacy. Ook de University of South Australia biedt een handige tutorial aan.
Stap 1: Probleemverheldering / Vraaganalyse
Uiteraard begint het oplossen van een vraag met een goede vraaganalyse. Het doel van een dergelijke analyse is dubbel: je poogt de vraag zo duidelijk mogelijk af te bakenen zodat je echt weet naar welke informatie je precies op zoek moet gaan, en je gaat op zoek naar mogelijke wegen om de vraag te beantwoorden.
Een vraagstelling is pas duidelijk: 1) Wanneer je alle woorden in de vraag begrijpt, d.w.z. dat je niet enkel de termen opzoekt maar dat je ze ook kan plaatsen binnen de specifieke context van de vraagstelling, dat je begrijpt wat de termen met elkaar te maken hebben en hoe de termen afgegrensd zijn t.o.v. verwante termen en tegenhangers (en dus ook welke die termen zijn); en 2) Wanneer je de vraag binnen een bredere context kan plaatsen (waarom is deze vraag relevant?). Dit betekent dat je alle componenten van de vraag correct moet kunnen inschatten:
Vraagcomponent: Wat voor vraag is er eigenlijk gesteld? Gaat het om een vergelijkingsvraag (Is het beter...?), een resultaatvraag (In welke mate...?), een mogelijkheidsvraag (Kan...? Onder welke voorwaarden...?) of een methodevraag (Hoe kan er effectief resultaat gehaald worden?)? Is het een ja/nee/ja-indien vraag, of is het een vraag die als antwoord een opsomming of een verklaring vraagt? Inzicht in de aard van de vraagstelling levert je vaak waardevolle informatie op over het belang van de verschillende overige componenten en dus ook over de te gebruiken trefwoorden.
Logicacomponent: Wat levert een textuele analyse van de vraag op? Welke hiërarchie van subvragen volgt uit deze analyse? Welke termen moet je verder opsplitsen in subfacetten? De effecten van een therapie kunnen bv. erg verschillend zijn voor kinderen, volwassenen of ouderen.
Temporele component: Omvat de vraag een tijdscomponent? Moet je op zoek gaan naar recente informatie? Voor alle aspecten van de vraag? Is de eventuele afwezigheid van recente informatie betekenisvol?
Geografische component: Omvat de vraag een geografische component? Is deze geografische component belangrijk om te bepalen wat voor informatie je nodig hebt? Heeft de geografische component gevolgen voor de keuze van trefwoorden? Kan je deze component voor bepaalde aspecten van de vraag buiten beschouwing laten? Kan je met andere woorden ook iets aanvangen met algemene informatie of informatie over/uit andere geografische gebieden. Of kan je de geografische component buiten beschouwing laten indien je niet voldoende informatie vindt?
Vakdomeincomponent: Moet je een beroep doen op kennis uit één bepaald vakdomein, of kan je best ook op informatie uit het kenniscorpus van andere vakdomeinen steunen? Binnen of tussen welke vakdomeinen situeer je de vraag eigenlijk? En moet je misschien bepaalde zeer specifieke termen uit de onderzoeksvraag plaatsen binnen ruimere termen om meer resultaat te boeken bij het zoeken?
Methodecomponent: Indien het gaat om een vraag over de effectiviteit van een bepaalde methode, is het dan zinvol om alternatieve methodes ook even te bekijken? En welke termen worden in de vakliteratuur gebruikt om deze alternatieven te benoemen?
Objectcomponent: Moet je exclusief op zoek naar informatie over een specifieke doelgroep (b.v. een bepaalde leeftijdscategorie) of een specifiek product, of kan je ook informatie gebruiken over andere doelgroepen of een bepaalde klasse van producten?
Bronnencomponent: Wat voor informatie heb je nodig om je zoekvraag te kunnen beantwoorden? Heb je iets aan algemene informatie of moet je dadelijk erg specifieke detailinformatie of gespecialiseerde artikels opzoeken? Zijn overzichtswerken of overzichtsartikels nodig of moet je op zoek naar artikels over verschillende specifieke facetten (methodes, doelgroepen, producten,...)?
Antwoordcomponent: Welk soort informatie zou een positief antwoord ondersteunen en welk soort info een negatief antwoord? Meestal zal je uitkomen bij een lijst met precieze trefwoorden. Wat betekent het wanneer weinig of geen informatie beschikbaar blijkt te zijn? Is het antwoord waarschijnlijk in zijn geheel te vinden of moet je waarschijnlijk zelf informatie combineren om een antwoord te kunnen geven op de vraag?
Al deze subvragen leiden je naar een beter begrip van de oorspronkelijke vraagstelling. Bij het voorlopig formuleren van antwoorden zal je al een structuur aanbrengen en daarbij zal je allerlei termen gebruiken die niet in de oorspronkelijke vraag voorkomen maar die een en ander omschrijven. Deze termen schrijf je best op, omdat je ze als zoektermen zal kunnen gebruiken tijdens je zoektocht naar het antwoord op de hoofdvraag.
Stap 2: Selectie van Zoekkanalen & Zoektermen

Dan volgt de fase van de selectie van zoekkanalen die je wil gebruiken. Je gaat namelijk best niet zomaar om het even waar zoeken. Er zijn vragen waarop je het antwoord makkelijk kan vinden in monografieŽn of overzichtswerken van het betreffende vakgebied die beschikbaar zijn in de lokale mediatheek of bibliotheken, maar er zijn ook vragen waarvoor dit absoluut niet evident is. Naarmate je deze collecties beter leert kennen, wordt het makkelijker om dat juist in te schatten. Op het internet is informatie uiteraard sowieso aanwezig, maar hier moet je dan weer uitzoeken hoe je de informatie kan bovenspitten die je echt nodig hebt. Met algemene zoekmachines zoals Google kan dat wel eens een probleem vormen... tenzij je ze goed gebruikt.

Om het navigeren tussen zoekkanalen te vergemakkelijken kan je gebruik maken van de toolbar die ter ondersteuning van deze website ontwikkeld is.

Om goede resultaten te bekomen, is het noodzakelijk om een inzicht te hebben in de beschikbare zoekkanalen, in de wijze waarop bronmateriaal opgesloten zit in de verschillende collecties en welke ontsluitingsmechanismes gebruikt kunnen worden. Dat inzicht geeft je de mogelijkheid om zoektermen goed te kiezen en eventueel te combineren.
Zoekkanalen
Best maak je een overzicht van de zoekkanalen die je wil gaan gebruiken op basis van je vraaganalyse. Je moet uiteraard goed weten wat voor resultaten je wenst te vinden en welke resultaten je kan verwachten voor elk zoekkanaal dat je wil gebruiken. Natuurlijk verwacht je in een tijdschrift artikels te vinden over je onderwerp maar soms is het b.v. nuttig specifiek naar overzichtsartikelen te zoeken en niet naar heel gespecialiseerde artikelen. Sommige tijdschriften zijn daarvoor meer geschikt dan andere... En als je op het internet op zoek gaat naar onderbouwde informatie voor vakmensen die duidelijk steunt op onderzoek, dan vereist dat eveneens een weloverwogen keuze...
Bij elk zoekkanaal, bedenk je eerst en vooral het volgende: Kan je gebruik maken van booleaanse operatoren zoals AND en NOT, of van truncatietekens (zoals ? en *)? Kan je kiezen tussen zoeken naar titelwoorden/trefwoorden/woorden uit de volledige tekst? Moet je een onderscheid maken tussen verschillende soorten bronnen bij het kiezen van een strategie? Alleen zo kan je bepalen hoe je gericht kan zoeken. Over het algemeen kan je stellen dat de volgende strategieŽn bij het selecteren van zoekkanalen efficiŽnt zijn:
Denk je het antwoord op de vraag ergens in haar geheel te vinden, dan probeer je eerst dat kanaal aan te boren. Het kan b.v. zijn dat een cursus het antwoord op de zoekvraag bevat.

Indien dat niet het geval is, begin je je zoektocht best in de (beperkte) collectie van een mediatheek: indien er interessant materiaal aanwezig is en je intelligent tewerk gaat (d.w.z. met inzicht in de verschillen tussen b.v. overzichtswerken en monografieën, en in de te gebruiken ontsluitingsmechanismes die per soort bron kunnen verschillen), dan zal je snel je eerste bronnen vinden, net omdat de collectie beperkt is. Mogelijk vind je al gespecialiseerde info (al is dat erg afhankelijk van het onderwerp), maar in elk geval krijg je al een eerste oriëntering in het domein van de probleemstelling of de domeinen waartussen de vraagstelling zich situeert. Een ander voordeel is dat je de bronnen ook "bij de hand" hebt (ze zijn niet zo vluchtig als internetpagina's) en de neiging tot "zappen" is er helemaal niet. Indien je niet direct geschikte bronnen vindt, zal je wel materiaal aantreffen dat je kan helpen bij het gericht zoeken in databanken en op het internet. Zo kan je via de literatuurlijsten in boeken en tijdschriften vaak andere, meer geschikte bronnen op het spoor komen die weliswaar niet in de mediatheek aanwezig zijn, maar die wel elders gelokaliseerd kunnen worden.

De tijdschriftencollectie van een mediatheek stelt gebruikers vaak voor een probleem omdat het aangeboden materiaal erg heterogeen is en de informatie die je nodig hebt helemaal verspreid zit. Toch is het nuttig hier tijd aan te besteden. Best vraag je een lijst van de aanwezige tijdschriften op, en indien mogelijk een selectie voor jouw vakgebied. Dan ga je na welke tijdschriften interessant materiaal zouden kunnen bevatten  en doorzoek je de indexen van die tijdschriften. Ook de referenties die bij artikelen gegeven worden neem je best steeds even door. De techniek van de titelanalyse komt je dan goed van pas.

Databanken die beschikbaar zijn in een mediatheek lossen het probleem gedeeltelijk op doordat ze elk een massa tijdschriften omvatten. Je gebruikt deze databanken enkel voor het zoeken naar specifieke vakliteratuur, dus niet voor het zoeken naar algemene informatie. Je maakt daarbij best een onderscheid tussen een zoektocht naar overzichtsartikels of literature reviews waarin de literatuur over een bepaalde vraagstelling wordt samengevat, en een zoektocht naar precieze informatie over deelfacetten van je vraagstelling die je meestal zal leiden naar origineel onderzoek (original research). In het eerste geval zullen je zoektermen meestal algemener zijn dan bij het tweede soort zoektocht waar je enkel met echt specifieke zoektermen bij de geschikte bronnen zal geraken.

Je bepaalt eerst welke databanken materiaal zouden kunnen bevatten voor je zoektocht. Je maakt daarbij best een onderscheid tussen vakspecifieke databanken en algemeen-wetenschappelijke databanken. Het is beslist niet steeds zo dat de vakspecifieke de beste resultaten opleveren, vooral omdat de collectie veel beperkter zal zijn. Daarnaast kijk je b.v. ook na wat voor resultaten je kan verwachten: sommige databanken geven b.v. enkel samenvattingen van artikels en in bepaalde gevallen ben je daarmee niet veel. Ten slotte ga je ook na hoe de zoekstructuur van de databanken in elkaar zit. Wordt er gewerkt met een thesaurus? En welke variabelen kan je zoal aanklikken?

Hoewel de zoekmogelijkheden van het internet erg verlokkelijk zijn, loop je er vlug verloren indien je je zoektocht niet goed voorbereidt. Je moet eerst en vooral goed weten wat je precies zoekt. Zoek je getuigenissen van mensen, of zoek je wetenschappelijke artikels, of ben je op zoek naar boeken over je onderwerp? Elk van deze zoekdoelen vereist een andere aanpak. Voor het eerste doel zoek je via een newsgroup over het onderwerp, of je gaat via een website van een organisatie van je doelgroep. Voor de artikels zoek je in databanken of je zoekt specifiek naar pdf-bestanden, en om boeken te vinden passeer je via online-boekhandels of via de Google Books. Je zoektermen zal je daarbij natuurlijk ook moeten aanpassen.
Indien je op het internet niet redelijk snel iets vindt, wil dit meestal zeggen dat je verkeerd bezig bent. Je hebt dan het verkeerde zoekkanaal gekozen, of je hebt de verkeerde of fout gespelde zoektermen gebruikt. Surfen van de ene site naar de andere via onderlinge links is in ieder geval geen goed idee, tenzij je echt goed in het oog houdt wat je precies zocht en je de weg nog kan terugvinden...
Zoektermen
Het spreekt vanzelf dat je niet voor alle zoekkanalen dezelfde zoektermen kan gebruiken. In een bibliotheek ga je algemenere zoektermen gebruiken, zelfs indien je monografieën wenst te vinden, omdat de specifiekere zoektermen meestal toch niet in de catalogus opgenomen zullen zijn. Op het internet ga je met een algemene zoekmachine dan weer wel zo specifiek mogelijke zoektermen gebruiken, hoewel je ook daar kan kiezen om eerst met een algemeen trefwoord de kernsites voor een vakdomein op te sporen en via die sites verder te zoeken of om een directory te raadplegen. Het document SearchTerms geeft je een logisch overzicht van het gebruik van zoektermen.
Je formuleert daarom vanuit de vraaganalyse onmiddellijk zoektermcomplexen. Dit zijn clusters van mogelijke zoektermen - synoniemen, antoniemen, gerelateerde concepten - die je zou kunnen gebruiken. De clusters volgen natuurlijk uit de vraaganalyse: vaak kan je namelijk uit alle componenten een complex samenstellen. De eenvoudigste manier om deze complexen in kaart te brengen is in de vorm van een tabel met een kolom per complex. Het is absoluut noodzakelijk dat je hiervoor thesauri, (vertaal)woordenboeken en naslagwerken gebruikt zodat je ook synoniemen, alternatieve spellingen en anderstalige termen ter beschikking krijgt.

Algemeen kan je daarvoor de UDC-overzichten gebruken die je in elke bibliotheek kan vinden, maar uiteraard ook verklarende en vertaalwoordenboeken en encyclopedieën. Vooral die in het Engels zijn erg nuttig omdat je er makkelijk de correcte termen in vindt. Op het web zijn vooral de Wikipedia en enkele vertaalwoordenboeken (het Europese woordenboek Eurodicautom, de Webster of The Free Dictionary) interessant, hoewel meestal toch de voorkeur gegeven moet worden aan papieren woordenboeken omdat ze vaak duidelijker aangeven welke variant binnen welke context gebruikt moet worden. Goede wetenschappelijke instrumenten zijn de EuroVoc Thesaurus, Unesco Thesaurus of de UK Archival Thesaurus waarin je voor zowat elk vakdomein onderling gerelateerde gevalideerde zoektermen kan terugvinden die o.a. in databanken gebruikt worden. Daarnaast is er thesaurus.com, de Webster thesaurus en de Encyclopedia Britannica. Voor elk vakgebied zijn er echter veel preciezere instrumenten beschikbaar. Een interessant hulpmiddel is de collectie van MijnWoordenboek dat thematische woordenlijsten levert met vertalingen in het Frans, Engels en Duits. Om teksten ruw uit het Engels te vertalen kan je gebruik maken van Babelfish, maar zeker niet om termen naar het Engels te vertalen.

Het volgende overzicht van de hulpmiddelen kan je alvast verderhelpen:

Natuurwetenschap en technologie: Enkele grote thesauri zijn de NTIS Subject Category Descriptions (National Technical Information Service), de DTIC Thesaurus en DTIC Subject Categories (Defense Technical Information Center), de DOE Energy & Energy Conservation International Energy Subject Thesaurus (US Department of Energy) en de NASA Thesaurus. Voor het Franse taalgebied is de TermSciences interessant, ook al omdat die meertalig is (Engels-Frans-Spaans)
Medische wetenschappen: De European Glossary of Medical terms is een uitgebreide meertalige bron, maar de meest uitgebreide en meest gebruikte databank is wel de MeSH database van de US National Library of Medicine. Deze wordt tegenwoordig haast standaard gebruikt door bijna alle medische databanken. Daarnaast is er nog de National Public Health Language Thesaurus (UK) die ook het gebied van de gezondheids-voorlichting omvat.
Ergotherapie: Het referentiewerk bij uitstek voor zoektermen is de Occupational Therapy Thesaurus of Subject Headings Database. Deze is ook in een papieren versie beschikbaar en er wordt gewerkt aan een meertalige versie, maar deze lijkt voorlopig nog niet beschikbaar te komen. Daarnaast is het handboek A quick Reference to Occupational Therapy een onschatbare bron van thematische zoektermen. Nederlandstalige zoektermen vind je op de Thesaurus Zorg en Welzijn van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn.
Orthopedie: Ook voor orthopedie kan de Occupational Therapy Thesaurus of Subject Headings Database een goede bron zijn. De meest bruikbare databank is echter de RECAL thesaurus van de Universiteit van Strathclyde. Ook het handboek Orthopaedic and Rehab Words is aan te raden, ook al omdat het deels werkt met figuren. Een niet te uitgebreide vaktermenlijst vind je ook op de Dynamic Bracing Solutions website. Een alternatief vormt het electronische handboek A simple Guide to Orthopaedics.
Biomedische wetenschappen: de MesH database is de meest gezaghebbende thesaurus op vlak van biomedische wetenschappen en wordt gebuikt in steeds meer databanken.
Voeding: FoodInfo van de Universiteit van Wageningen biedt de mogelijkheid om van Nederlandstalige naar Engelstalige informatie te gaan door in de adresbalk "nl" te vervangen door "uk" en omgekeerd. Daarnaast gebruik je best ook de referentiewerken Dictionary of nutrition and dietetics en Oxford Handbook of Nutrition and Dietetics. Ook de NAL thesaurus is bruikbaar. The Cook's Thesaurus biedt toegang tot de Engelstalige benamingen van alle mogelijke voedingsingrediënten. Voor de voedingstechnologie is er Benders' Dictionary of Nutrition and Food Technology.
Biowetenschappen: de thesaurus van de National Agricultural Library bestrijkt het hele domein van de biowetenschappen. De AgroVoc thesaurus is een degelijke meertalige bron. Ook een lijst van botanische termen in het Nederlands en het Engels is beschikbaar.
Milieu: De handige meertalige GEMET-thesaurus vertaalt alle milieugerelateerde termen in de talen van de EU. Ook de Environment & Environmental Quality Terminology Reference System en de NBII Biocomplexity Thesaurus (National Biological Information Infrastructure) mogelijke bron van informatie.
Chemie: Standaardwerken zijn Van Nostrand's Encyclopedia of Chemistry, McGraw-Hill encyclopedia of science and technology en de Encyclopedia of physical science and technology.
Dierenartsenij: de thesauri van de National Library of Medicine en de National Agricultural Library zijn ook voor dit vakdomein bruikbaar.
Indien je deze instrumenten niet gebruikt, is het risico op een teleurstellende zoektocht naar degelijke informatie erg groot. Indien je ze slordig gebruikt, zal het resultaat niet veel beter zijn. Je kan dus maar beter degelijk tewerk gaan...
Verder zal je ook de trefwoorden die je later tijdens je onderzoek tegenkomt in de de gevonden bronnen moeten bijhouden omdat ze je de mogelijkheid geven specifieker te gaan zoeken.
Uiteraard moet je daarnaast ook nagaan of en hoe je best de zoektermen combineert in de verschillende zoekkanalen. Je zoekt b.v. best uit welke de meest limiterende zoektermen zijn en je past je searchstrings (de gecombineerde zoektermen) dan zo aan dat ze precies dat resultaat geven dat je nodig hebt. Je gebruikt daarbij best de Booleaanse operatoren (AND, OR, NOT, (...) en "...") en eventueel truncatietekens als het zoekkanaal dat toelaat.
Stap 3: Bronnen scannen
Je kan natuurlijk niet alles gaan lezen wat je vindt tijdens je zoektocht. Daarom is het nodig om snel bronnen te kunnen inschatten, zonder dat je hele teksten moet gaan doornemen...
Informatie scannen vereist wel enkele basisvaardigheden. Eerst en vooral moet je kunnen bepalen of de  bron die je voor je hebt de informatie die je zoekt zou kunnen bevatten. Daarvoor moet je de aard en de structuur van de bron bepalen. De aard van de bron bepaalt welke inhoud je mag verwachten en binnen een structuur kan je op zoek gaan naar die plaatsen waar de gewenste info kan staan (een hoofdstuk of alinea's over jouw zoekvraag). Je kan dat snel en efficiŽnt doen door de titelanalysetechniek toe te passen en van daaruit de bronnen gestructureerd te scannen en samen te vatten of te excerperen. Vaak zal je bovendien ook bronnen moeten wegselecteren. Als je op zoek bent naar wetenschappelijke studies over het onderwerp, zal je boeken en sites die een persoonlijk relaas vertellen b.v. onmiddellijk kunnen diskwalificeren.

Naast de inhoud van een bron zijn ook de betrouwbaarheid en validiteit essentiële facetten die je moet evalueren. Betrouwbaarheid slaat daarbij op de waarschijnlijke juistheid van de conclusies die een bron trekt en validiteit bepaalt in hoever je de conclusies algemener mag doortrekken. Binnen de gezondheidszorg gelden daarbij veelal de strikte regels van het Evidence Based Model met zijn PICO-structuur en een specifieke evidence-hierarchie.

Enkele elementen die je zeker in het oog moet houden zijn:

Hoe relevant is het onderwerp van de bron voor jouw zoekvraag? Sluit het direct aan of moet je er zelf conclusies uit afleiden? Hoe betrouwbaar zal het resultaat dan zijn?

Gaat het om origineel onderzoek of is de bron een literature review? In het tweede geval zal de validiteit groter zijn omdat het onderzoekscorpus groter is. Origineel onderzoek is echter vaak preciezer in de conclusies.

Is de bron peer-reviewed? Dit hangt vaak af van het medium waarin de bron gepubliceerd is. In de meeste databanken wordt de keuze gegeven om enkel deze peer-reviewed bronnen te doorzoeken en in tijdschriften wordt ook steeds duidelijk aangegeven aan welke regels artikels moeten voldoen om publiceerbaar te zijn.

Op welk materiaal steunt de bron zijn conclusies? Steunt het duidelijk op onderzoek (dan is het een primaire bron) of op andere bronnen die zelf op onderzoek steunen (secundaire bron)? Of blijft het onduidelijk waarop de bron steunt om conclusies te trekken? Verder speelt hier het onderzoeksopzet een belangrijke rol: een RCT weegt namelijk veel zwaarder dan een beperkt vergelijkend onderzoek.

Kan je de auteur van de bron achterhalen? Is die verbonden aan een bepaalde instantie? Publieke instanties zijn daarbij vaak meer te vertrouwen dan andere omdat ze een duidelijkere verantwoordelijkheid hebben om objectieve informatie te verstrekken. Mijd zoveel mogelijk opiniërende bronnen, tenzij je ze als zodanig in je eigen werk benoemt. Je kan opiniërende bronnen vaak herkennen aan een suggestief of veralgemenend taalgebruik ("algemeen wordt aangenomen dat...", "het is logisch dat...").

Geeft de bron genuanceerde informatie of lijkt ze eenzijdig te zijn als je ze vergelijkt met andere bronnen?
Hoe oud is de bron? Heeft dat belang voor jouw onderzoek? Is er sindsdien nieuw onderzoek gepubliceerd dat de conclusies van de bron bevestigt of tegenspreekt/aanvult?
Is het onderwerp van de bron geografisch afgelijnd? Kan je de conclusies overnemen voor andere geografische domeinen?
Bij het evalueren van websites, maar ook van andere soorten bronnen, kan je gebruik maken van de evaluatiesites van de University of California (met de bijgeleverde Web page Evaluation checklist), van de State University of New York, de Johns Hopkins University of de Wolfgram Memorial Library. Je kan ook de Nederlandstalige versie van de Internet Detective inschakelen.
Het resultaat van het scannen moet een overzicht zijn van bruikbare informatie, niet een opsomming van boeken, artikels en sites. Je moet later namelijk ook makkelijk de geselecteerde informatie kunnen terugvinden in je eigen nota's!
Vaak zal je slechts een miniem deel van de gevonden informatie echt kunnen gebruiken. Veel studenten hebben het daar erg moeilijk mee (je wil alles bijhouden om zo aan te tonen dat je 'veel' gevonden hebt) maar toch is het de enige methode om tot een duidelijk antwoord op de zoekvraag te komen.
Waar je wel rekening mee moet houden is dat verschillende bronnen misschien tegengestelde antwoorden zullen opleveren. Je mag je dus niet laten verleiden tot het volgen van ťťn spoor en je mag ook niet de visie van enkele bronnen veralgemenen tot algemene waarheid. Als bronnen 1, 2 en 3 zeggen dat ťťn bepaalde aanpak te verkiezen is, wil dit niet zeggen dat bron 4 dat ook zal zeggen. Op dat soort verschillen moet je zeker letten. De voorlopige structuur van het voorlopig geformuleerde antwoord op de zoekvraag uit stap 1 kan je daarbij goede diensten bewijzen.
Stap 4: Informatieverwerking
De informatie die je uiteindelijk vindt, moet je natuurlijk ook nog verwerken. Dat wil zeggen dat je bepaalt welke informatie uiteindelijk nuttig is voor het formuleren van het antwoord op je zoekvraag en welke niet en hoe die geselecteerde informatie in het geheel van je onderzoek past.
Vragen die hier aan de orde komen zijn: Zie je de grote lijnen van een antwoord op de zoekvraag verschijnen? Zijn er overlappen tussen de gevonden informatie? Geven alle bronnen hetzelfde antwoord op de subvragen? Zijn er lacunes? Welke informatie moet je nog vinden?
Indien je de informatie voor een groep moet verwerken, maak je daarover best duidelijke afspraken. Best zet iedereen de informatie overzichtelijk en gestructureerd samengevat op papier zodat iedereen de waarde ervan kritisch mee kan evalueren. Dit doe je liefst aan de hand van de betrouwbaarheids- en validiteitscriteria uit de vorige fase. Een louter mondelinge toelichting bij de gevonden bronnen is meestal niet voldoende om een vruchtbare bespreking mogelijk te maken.
Stap 5: Het formuleren van een antwoord
Ten slotte moet je een antwoord formuleren op de hoofdvraag. Dat antwoord moet goed gestructureerd zijn: Je doet dit volgens de volgende basisregels:

In de inleiding geef je het antwoord op de hoofdvraag kort weer na een eveneens korte situering van de vraagstelling.

In het middendeel geef je de argumenten die je antwoord ondersteunen, naast de eventuele tegenargumenten die je antwoord nuanceren of in vraag stellen. Je kan dus niet volstaan met een eenzijdige aanpak.

In het besluit herformuleer je het antwoord op de zoekvraag genuanceerder, eventueel nogmaals kort ondersteund met de belangrijkste argumenten.

Wat je zeker ook opneemt in je antwoord is de vermelding van informatie die je niet hebt gevonden maar die wel belangrijk had kunnen zijn bij het beantwoorden van de hoofdvraag. Daarmee kan je de waarde van je antwoord nog duidelijk nuanceren. Dit zal zeker niet negatief geëvalueerd worden, integendeel...
Indien een literature review van je verwacht wordt (een overzicht van de beschikbare wetenschappelijke literatuur over een bepaalde probleemstelling), schrijf je die in de vorm van een beknopt wetenschappelijk artikel:

In de inleiding schets je kort de context van de vraagstelling van waaruit je vertrekt en je verklaart waarom deze vraagtelling relevant is. Verder formuleer je in de inleiding de precieze probleemstelling en eventueel de belangrijkste subvragen. Je formuleert hier dus ook wat je precies wilde bereiken met het onderzoek.

In het middendeel bespreek je de methode die je toegepast hebt en de resultaten die dat opgeleverd heeft.
Je bespreekt eerst hoe je het onderzoek aangepakt hebt: je geeft aan welke zoekkanalen je systematisch gebruikt hebt om informatie te vinden en hoe ruim het bronnencorpus is dat je daarmee aangeboord hebt. Indien dat belangrijk is geef je ook aan welke zoekkanalen je niet gebruikt hebt en waarom niet, en wat voor soort informatie had je willen vinden maar niet gevonden hebt. Dit onderdeel bepaalt mede hoe betrouwbaar en accuraat je literature review is.
Vervolgens beschrijf je welke stukjes antwoord je in de bronnen terugvindt en leg je verbanden tussen het gevonden materiaal. Je beschrijft de belangrijkste informatie (de resultaten dus) die je onderzoek opgeleverd heeft (wat zegt welke bron?) en geeft telkens aan hoe betrouwbaar en valide de informatie vermoedelijk is (waarop baseren de bronnen zich en met welke zekerheid kunnen zij conclusies formuleren?). Je vergeet daarbij niet steeds het verband met de hoofdprobleemstelling duidelijk te maken. Uiteraard refereer je steeds naar de bronnen die je in de literatuurlijst bij het artikel opneemt.

Je bronbespreking leidt tot een duidelijke formulering van het besluit: welke conclusie trek je uit de informatie die je gevonden hebt? Het bronnencorpus zal ofwel een voorzichtige formulering vragen, of net een erg duidelijke conclusie toelaten, maar het kan evengoed zo zijn dat de bronnen niet tot een (duidelijk) besluit leiden.

Doorheen je antwoordtekst refereer je ook steeds naar de bronnen waaruit je de informatie gehaald hebt. Je doet dit volgens vaste regels (voor de KHKempen zijn die vastgelegd in de KHK Stijlwijzer). Deze bronnen beschrijf je volledig (volgens dezelfde regels) in een bijgevoegde literatuurlijst. Deze bronvermelding is belangrijk aangezien de lezer van jouw tekst ook moet kunnen inschatten hoe betrouwbaar de weergegeven informatie wel is... Via de Citation Machine kan je automatisch je bronnen in het juiste formaat laten zetten.
 
© 2006 Alex Wuyts - KHKempen - departement gezondheidszorg & chemie