Verdeling van de elektriciteit in het labo (en de P- en O-blok)

Inhoud:     - synoptisch bord
                - enkele onderdelen


Het synoptisch bord is een ruwe schematische voorstelling van de installatie waarop de voornaamste bedieningen en signalisaties zichtbaar gemaakt worden.

Afdeling A bevat de aankomst van de 230/400V (vanuit de transfo) en de verdeling naar de andere hoofdborden in blok P en O. En van de verdelingen blijft in ELB100 en wordt gebruikt om verschillende soorten spanningen te creren voor het labo.

Van onder naar boven bevat het synoptisch schema de aankomst, de PT (powertest), de UM (meetconnector), de hoofdvermogenschakelaar, het railsysteem, de verdeling met rechts de vermogenschakelaar naar de rail van ELB100 toe. De 'powertest' is een ingebouwd digitale energiemeter; de meetconnector kan gebruikt worden om de spanningen en stromen in dit bord te meten.


Afdeling B en B' bevatten de transformatie naar de spanning 130/220V en de verdeling ervan. In het labo wordt deze spanning nog deels gebruikt uit veiligheidsoverwegingen en omdat dit nodig is voor sommige machines.

Van rechts naar links vind je de transfobeveiliging, een PT en UM , de transfo, weer een PT en UM, de hoofdbeveiliging van de 130/220V en dan de verdeling.


Voor de verdeling van de 400V en de 220V staan er her en der in het labo en in het gebouw kleinere elektriciteitsborden voor de voeding van verlichting, machines, installaties, ..

 

 

naar begin document


Enkele onderdelen

De hoofdvermogenschakelaar heeft 2 functies: die van vermogenschakelaar en die van scheidingsschakelaar. Dit is te merken aan de extra tripstand tussen de '0' en de '1': bij het uitslaan komt hij in de tussenstand te staan, maar pas als je hem op '0' zet en hij blijft daar staan, mag je zeker zijn dat de contacten open zijn.
Het is een thermo-elektromagnetische beveiliging. Het thermisch gedeelte kan door de linkse oranje potmeter ingesteld worden tussen 0,6 en 1x Inom. Het elektromagnetisch gedeelte kan door de rechtse oranje potmeter ingesteld worden tussen 5x en 10x Inom.


Links zie je de achterkant van deze vermogenschakelaar. Let op de dunne grijze draadjes: dit zijn aansluitingen voor signalisatielampjes ter aanduiding van de toestand en aansluitingen voor de voeding van de vermogenschakelaar. Deze laatste wordt ook gebruikt om bij de bediening van de noodstop met een klein signaal de ganse voeding te laten uitschakelen.

Boven en onder zijn de railsystemen te zien. Voordeel van het gebruik van een rail is de gemakkelijke uitbreidingsmogelijkheid en aansluiting. Nadeel is dat bij kortsluiting de railsystemen de ontstane krachten moeten opvangen. Bij een kabel is dit veel eenvoudiger.

Links en rechts zie je de aankomstkabels vanuit de centrale laagspanningsverdeling en de vertrekkabels naar de andere verdeelborden.


Stroomtransformatoren zetten de grote stromen om in kleinere om te meten: dit is nodig voor de metingen van de stroom d.m.v. de meetconnector en de energiemeter. Bovendien zal deze omzetting ook gebruikt worden door regelaar die instaat voor de cosφ-verbetering (zie verder).


De beveiliging van verdeling naar de verdeelkasten toe gebeurt hier met scheidingsschakelaars met ingebouwde smeltveiligheden.


Bij deze opengetrokken scheidingsschakelaar met ingebouwde smeltveiligheden merk je rechts 3 'messmeltveiligheden' (voor de fasen) en links een 'mes' (voor de nulleider). De PE-geleider wordt nooit onderbroken.

Een scheidingsschakelaar heeft een veiligheidsfunctie: soms kan je deze in open stand vergrendelen met een slot zodat niemand anders de installatie terug kan inschakelen; wij moeten het stellen met een bordje.


Bij het werken aan een installatie zijn er steeds 5 stappen uit te voeren: de 'vitale 5':
- vrijschakelen of uitschakelen
- vergrendelen zodat niet onverwachts terug wordt ingeschakeld
- meten dat alles spanningsloos is
- bij hoogspanning aarden van de geleider
- afschermen van het werkgebied
 



Een automatische condensatorenbatterij houdt de cosφ op een aanvaardbare waarde:  op de rechtse figuur zie je onderaan (een deel van) de condensatoren, daarboven de inschakelcontactoren met inschakelweerstanden en ontlaadweerstanden (witte 'staafjes'), daarboven de voedingstransfo en de beveiliging (smeltveiligheden) e.d.


Het 'brein' achter het schakelen is een regelaar. Aan de hand van de meting van spanning en stroom en de instellingen 'cosφ' en 'c/k' wordt besloten of er meer of minder condensatorenstappen worden ingeschakeld. Links zijn er 3 (van de 6 beschikbare) stappen ingeschakeld. De cosφ of het scherm is 0,96 inductief ( 'i.96'). De cosφ-instelling is de gewenste (gemiddelde) arbeidsfactor terwijl de c/k een maat is voor de kleinste condensatorstap en de verhouding van de stroomtransfo, gebruikt voor de stroommeting.


Overal in het labo vind je noodstoppen: bij een druk hierop wordt gans het labo uitgezet:
- gans de afdeling B (de 130/220V) (d.m.v. de voeding van de vermogenschakelaar)
- het deel van de 230/400V dat in het labo gebruikt wordt.

De verlichting wordt niet uitgeschakeld. Tevens blijven de stopcontacten die aan de raamkant tegen de muur zijn gemaakt niet uitgeschakeld: deze worden daarom in het labo niet gebruikt.
 


Kijkje achter afdeling B (130/220V) van ELB100. Onderaan bemerk je de transfo, rechts de module die de temperatuur in de transfo controleert.


De 3-fasige transfo transformeert het net 230/400V naar 130/220V. Voor de primaire zijn er verschillende aftakkingen mogelijk om stapsgewijs de uitgangsspanning te kunnen instellen. Op de foto merk je duidelijk hoe de secundaire is geschakeld (ster of driehoek?).


Naast de thermo-elektromagnetische beveiliging van de transfo zijn er ook nog PTC-weerstanden in de wikkelingen ingebouwd om de temperaturen te controleren: de linkse module kijkt na of deze weerstanden (of bijhorende temperaturen) niet te hoog worden.


De verdeling van de 130/220V gebeurt ook weer via een railsysteem. Let op de geel-groene draad die op de voorste rail (de nulgeleiderrail) is bevestigd: hij bepaalt dat het nulleiderstelsel van ons net 130/220V een TN-systeem is.


De 'kleinste' verdeelkasten bevatten de vertrekken naar de verschillende lasten in het labo: machinegroepen, tafels, .. .

 

 

 

 


Ook in de gewone verdeelborden gebeurt de verdeling via rails: onderaan merk je de rail voor de hoofdverdeling in de kast naar elke rij toe. Elke rij wordt hier links beveiligd met een differentieelschakelaar die via een klein railsysteem de spanning verder verdeelt naar de scheidingsschakelaars met ingebouwde smeltveiligheden.


Let weer op de 3 cilindervormige smeltveiligheden voor de 3 fasen en het lege busje voor de nulgeleider.

 

 

naar begin document