Het gebruik van draaiveldaanwijzers 

Zij dienen om de fasevolgorde van het 3-fasig systeem aan te duiden, waarvan ook het draaiveld en dus de draaizin van 3-fasige motoren afhankelijk zijn.
Een rechts draaiveld komt overeen met de volgorde L1-L2-L3 (of L2-L3-L1 of L3-L1-L2).  Een links draaiveld komt overeen met de volgorde L3-L2-L1 (of L1-L3-L2 of L2-L1-L3).
 
De zin van het draaiveld is belangrijk
 
- bij het maken van aansluitingen en verlengsnoeren (opdat het draaiveld overal hetzelfde zou zijn)
- voor de draaizin van 3-fasige motoren
- voor de aansluiting van kWh-meters
- bij de aronschakeling om te weten of de belasting inductief of capacitief reageert.
 
Praktisch worden 3 soorten draaiveldaanwijzers gebruikt:
 
- een elektromagnetische: dit is een traagdraaiend 3-fasig asynchroon motortje met een pijl op de rotor waarop het rechts of links draaien is te zien.
 
Enkele eigenschappen:
- frequentie: van 15 tot 50Hz
- spanning: tussen 70 en 150V: continu  ; tussen 150 en 500V: 1 min.
 
 
 
 
 

 


- een eenvoudige elektronische schakeling gebaseerd op enkele
faseverschuivende netwerken waardoor, buiten het draaiveld, ook de afwezigheid van een fase kan zichtbaar gemaakt worden.
De aanwezigheid van de 3 fasen wordt aangeduid door de 3 oranje neon-lampjes (R, Y, B: dit is de engelse aanduiding van de fasen Red, Yellow, Blue). Het rechtse draaiveld wordt aangeduid door het groene neon-lampje ('correct') en een links door het rode ('incorrect')

 

 

 

 


Een gelijkaardig type maar hier worden de aanwezigheid van de fasen en het draaiveld aangeduid met een duidelijke symboliek en met leds.

- een elektronische logische schakeling die de volgorde van de
 nuldoorgangen van de spanningen van het 3-fasig net nagaat.
terug naar begin document