Meten van harmonischen

Een repetitief, niet sinusvormig signaal kan wiskundig ontbonden worden in een gelijkspanningscomponent, een sinusvormige grondgolf en een reeks sinusvormige harmonischen met als frequentie een veelvoud van de grondgolffrequentie.
Deze ontbinding kan zeer nuttig zijn om elektrische netten met niet-lineaire lasten en om elektrische ketens met niet-sinusvormige voeding te analyseren en te ontwerpen. Een niet-lineaire lasten heeft een impedantie die niet constant is over gans het spannings- of stroomverloop van een periode, b.v. gelijkrichters, verzadigbare spoelen, thyristorsturingen,..

Fluke-Powermeters zijn relatief goedkope en eenvoudige instrumenten om dit te verwezenlijken. Met de linkse rechthoekige knop kan je kiezen tussen het meten van spanning, stroom of vermogen. Spanning meet je met 2 meetdraden, stroom met een stroomtang en vermogen met beiden.
Met de rechtse rechthoekige knop kan je kiezen of je van het vorig signaal de vorm of de harmonische samenstelling of enkele typische waarden wil bekijken.
Met de Фref-toets kan je instellen of je de spanning of de stroom als referentie wil: van dit referentiesignaal wordt de nuldoorgang en 1 periode opgezocht en de andere signalen worden in functie  van deze tijd en hoek weergegeven.
Met de A=f(V)-toets zie je hoe de stroom in functie van de spanning verandert en merk je dus of de last een lineaire of niet-lineaire is.

De 41-reeks heeft als voordeel t.o.v. de 39-reeks dat zijn data en signalen via een optische koppeling door een PC kan uitgelezen worden.

1: Power
2: cursoren
3: contrast
4: keuze schermen: signaalvorm, harmonische inhoud, signaalwaarden
5: handmatig (kort drukken) / automatisch (langer drukken) bereik
6: de curve 'spanning in functie van stroom' zal de lineariteit van de belasting op scherm brengen.
7: opslaan van golfvormen / indrukken van deze toets terwijl je het toestel aanschakelt, wist het geheugen
8: referentiekeuze:: spanning of stroom
9: doorzenden van een report
10: 'smooth' neemt het gemiddelde van golfvormen om meer stabielere en juistere resultaten te verkrijgen.
11: print een schermafdruk af, indien een printer is aangesloten
12: begin/einde opname voor ogenblikkelijke /minimum /gemiddelde /maximum waarde.
13: bevriezen van het scherm
14: keuze van het soort waarde dat je op het display wil.